Opinie: Het geld voor het Klimaatfonds ligt voor het rapen: bij de miljarden subsidies voor de fossiele sector | Klimaatblog | De Morgen

Opinie: Het geld voor het Klimaatfonds ligt voor het rapen: bij de miljarden subsidies voor de fossiele sector | Klimaatblog | De Morgen.

 

drijven die hardnekkig weigeren om een sociaal en duurzaam beleid te voeren, zijn ten dode opgeschreven. Je hoeft geen doctoraat in de economie te hebben om die voorspelling te doen. Ook hier in Lima zijn de ogen niet enkel gericht op wat regeringen zullen doen aan de klimaatverandering, maar ook wat bedrijven en investeerders doen.   

Op het Caring for Climate Business Forum werd de laatste update gepresenteerd van een VN-initiatief dat bedrijven aanspoort om zich te engageren in de strijd tegen de klimaatverandering. Een jaar geleden werd het initiatief opgestart en inmiddels hebben 30 van de grootste bedrijven ter wereld – waaronder Nestlé, H&M, Royal Philips en Honda – zich achter dat initiatief geschaard. Het nieuwste rapport dat hier in Lima werd voorgesteld, maakt duidelijk dat de meerderheid van de bedrijven een wetgeving zou steunen die een prijskaartje hangt aan de uitstoot van CO2, zeg maar een CO2-taks. Het is de bedoeling om tegen de klimaattop in Parijs 100 carbon pricing champions te kunnen voorstellen.   

Bedrijven hebben begrepen dat business as usual tot het verleden behoort en dat klimaatverandering grote risico’s met zich meebrengt voor hun ondernemingen. Dat klanten sowieso hun producten zullen blijven kopen, wat ze ook doen, is een fabel die inmiddels ook naar de prullenmand is verwezen. Uit een recent rapport blijkt dat 73 procent van de bestaande merken kan verdwijnen zonder dat de consument daar ook maar een moer om geeft. Maar niet alleen de consument is van belang. Ook de investeerders kijken ondertussen met argusogen naar bedrijven. Die zijn immers steeds meer geïnteresseerd in de bedrijfsresultaten op de langere termijn. Bedrijven met een toekomstvisie die getuigt van maatschappelijk verantwoord ondernemen lijken stilaan betere troeven in handen te hebben.   

Dat verklaart ook de zogenaamde divestment-beweging waar ik het gisteren even over had. Over de hele wereld wippen investeerders ‘vuile energie’ uit hun aandelenportfolio’s. Drie jaar geleden nog verzette ik me in de Antwerpse gemeenteraad tegen de bouw van een steenkoolcentrale in de Antwerpse haven door de Duitse energiereus E.ON, Duitslands op één na grootste ‘vervuiler’. En zie, nauwelijks drie jaar later doet E.ON alle traditionele energiecentrales op basis van steenkool, gas of nucleaire splijtstof van de hand. Het bedrijf gaat zich toeleggen op hernieuwbare energie. E.ON is niet alleen. Ook het Rockefeller Brothers Fund, van de familie die rijk werd in de olie-industrie, heeft aangekondigd zich te zullen terugtrekken uit investeringen in vuile energie. En zopas heeft de Bank of England aangekondigd een onderzoek te willen doen naar de risico’s van investeringen in fossiele brandstoffen.

Kantelpunt

Desinvesteren in fossiele brandstoffen zet de fossiele sector het mes op de keel

Het gaat plots hard. De universiteit van Oxford toonde vorig jaar aan dat desinvesteringen in fossiele brandstoffen ondertussen sneller lopen dan voorgaande ‘divestments’, bijvoorbeeld in de strijd tegen Apartheid of tegen de tabaksindustrie. In de VS en Europa roepen studenten hun universiteit op om zich terug te trekken uit vuile energie, individuelen sluiten hun bankrekening bij banken die dergelijke investeringen aanbieden…   

De gesprekken hier in Lima kunnen voor een kantelmoment zorgen voor de desinvesteringsbeweging. Als het goed loopt en Lima kan een sterk en bindend klimaatakkoord voorbereiden voor de klimaattop in Parijs volgend jaar, dan zal het angstzweet uitbreken bij de fossiele sector. Bedrijven als Shell en Exxon Mobile zullen in 2035 niet meer bestaan bij een bindend klimaatakkoord dat kiest voor een CO2-vrije economie, schreef de Financial Times. De ‘waarde’ van dergelijke bedrijven is immers grotendeels gebaseerd op investeringen in hun reserves, in de fossiele brandstoffen die nog onder de grond zitten. Bij een sterk klimaatakkoord worden die reserves zo goed als waardeloos. Want dan moet 80 procent ervan gewoon onder de grond blijven zitten. Dat betekent dat er massaal geïnvesteerd werd in… niets. 

We komen dan op wel erg bekend terrein, namelijk in precies dezelfde situatie als de financiële bubbels die een paar jaar geleden de financiële crisis veroorzaakten. Daar zaten de miljarden ook in onbestaande ‘waarde’. De fossiele bubbel is net zo’n systemisch risico. Voor deze sector gaat het over astronomisch veel geld, zo’n 5 triljoen dollar. Energie-analist Mark Lewis voorspelt zelfs dat de verliezen voor de olie, steenkool en gasbedrijven de komende twee decennia kunnen oplopen tot 28 triljoen dollar.   

Desinvesteren in fossiele brandstoffen zet de fossiele sector het mes op de keel. Ze zien dat het fossiele tijdperk ten einde loopt, zelfs met nog behoorlijk wat voorraden onder de grond. Maar het stenen tijdperk is ook niet geëindigd omdat de stenen op waren. Ook overheden kunnen nu stappen ondernemen. In november nog raakte bekend dat de rijkste landen van de G20 88 miljard subsidies geven aan de fossiele sector om… naar nieuwe reserves te zoeken. Dat is dus 88 miljard weggegooid geld.   

In Lima verwachten we van de rijke landen dat ze geld stoppen in het Groene Klimaatfonds van de VN. Dat geld ligt maar voor het rapen, namelijk bij de miljarden subsidies aan de fossiele sector. Daarom is het intriest dat België zijn bijdrage van 50 miljoen wegkaapt uit de middelen van ontwikkelingssamenwerking. Ons land geeft 1,7 miljard steun aan fossiele brandstoffen. Als het geld zoekt voor het Klimaatfonds, welnu: dat het dat geld dan daar haalt.